1. Home
  2. Soort plant
  3. Moestuin en eetbaar
  4. Aardbeien planten: de beste plek, plantafstand en timing voor een goede oogst
Aardbeien planten: de beste plek, plantafstand en timing voor een goede oogst

Aardbeien planten: de beste plek, plantafstand en timing voor een goede oogst

8 min lezen

Een aardbeienplant kan op een klein hoekje balkon al verrassend veel geven. Tenminste, als je hem niet in de schaduw wegstopt en de wortels niet steeds kletsnat laat staan. Aardbeien planten lukt prima in de tuin, in een pot of in een hangzak, maar de oogst valt of staat met een paar simpele keuzes.

De bekende tuinaardbei, Fragaria × ananassa, is een vaste plant uit de rozenfamilie. Ze blijft laag, meestal tussen 10 en 30 cm hoog, en maakt uitlopers waarmee ze zich uitbreidt. In het seizoen verschijnen witte bloemen met een geel hart, gevolgd door de vruchten waar de plant om bekendstaat. Botanisch gezien is een aardbei trouwens een schijnvrucht: de kleine puntjes aan de buitenkant zijn de echte vruchten.

Aardbeien zijn niet giftig voor kinderen of huisdieren. Wel kunnen honden of katten last krijgen van hun maag als ze veel onrijpe vruchten of blad eten. Zet potten dus liever niet op een plek waar een dier er steeds aan knabbelt.

De beste standplaats

Wie zoete vruchten wil, kiest zon. Geef aardbeien minimaal 6 uur direct zonlicht per dag. 8 uur is nog beter. Op een plek met veel licht bloeien de planten rijker en rijpen de vruchten beter af.

Halfschaduw kan, maar reken dan op een kleinere oogst en minder zoete aardbeien. Vooral in de middagzon maken ze meer suikers aan. Heb je keuze tussen een beschutte plek met ochtendzon of een open plek die bijna de hele dag licht krijgt, dan wint meestal die tweede.

Ook de bodem telt mee. Aardbeien groeien het best in losse, humusrijke grond die water vasthoudt zonder drassig te worden. Een pH van ongeveer 5,5 tot 6,5 is geschikt. Zware klei kun je verbeteren met compost en wat grof organisch materiaal, zodat water beter wegloopt. Kalkrijke grond is minder gunstig.

Zet de planten liever niet op een plek waar vorig jaar ook aardbeien, frambozen of andere gevoelige gewassen stonden. In oude grond kunnen ziekten achterblijven. Wacht bij voorkeur 3 jaar voordat je weer aardbeien op precies dezelfde plek zet.

Wanneer aardbeien planten

De beste planttijd hangt af van het type.

Zomerdragende rassen plant je meestal in:
– maart tot april
– augustus tot september

Doordragende rassen plant je meestal in:
– april tot mei

Een aanplant in augustus of september werkt vaak goed, omdat de grond dan nog warm is. De planten maken dan vlot wortels en starten in het voorjaar sterk. Plant je in het voorjaar, dan slaat de plant ook goed aan, maar de eerste oogst kan wat bescheidener zijn.

Wil je aardbeien vermeerderen met uitlopers, dan pak je het zo aan: zet een klein potje met luchtige potgrond onder een jonge uitloper, laat die eerst wortelen en knip hem daarna los. Dat doe je meestal in augustus of september.

Bestaande planten verplaatsen kan aan het einde van de winter of heel vroeg in het voorjaar, ongeveer in februari of maart, zolang de grond niet bevroren is.

Zo plant je ze op de juiste afstand

Een veelgemaakte fout is te dicht op elkaar planten. Dat lijkt netjes, maar later krijg je een dicht pakket blad waar weinig lucht doorheen gaat. Dat vergroot de kans op schimmel en maakt oogsten lastiger.

Houd in de volle grond deze afstanden aan:
– 25 tot 30 cm tussen de planten
– 40 tot 50 cm tussen de rijen

Zo heeft elke plant genoeg ruimte voor blad, bloemen en uitlopers. De vruchten drogen na regen ook sneller op, en dat helpt tegen rot.

Plant niet te diep. Het hart van de plant, het groeipunt in het midden, moet precies boven de grond blijven. Stop je dat onder de aarde, dan kan de plant wegrotten. Staat het juist te hoog, dan drogen de wortels sneller uit.

Druk de grond na het planten licht aan en geef meteen water.

Aardbeien in pot of hangzak

Geen tuin? Dan kun je nog steeds prima aardbeien kweken. In potten, bakken en hangzakken doen ze het vaak goed, zolang de afwatering klopt.

Kies voor één plant een pot van minimaal 25 tot 30 cm doorsnee en ongeveer 8 tot 10 liter inhoud. In een balkonbak houd je ongeveer 20 tot 25 cm tussen de planten aan. Zorg altijd voor gaten onderin de pot.

Gebruik luchtige potgrond, liefst gemengd met wat compost. Leg onderin geen dikke laag hydrokorrels als vervanging van goede drainage; belangrijker is dat overtollig water echt weg kan. Zet een pot op pootjes of op een schotel die je na regen of water geven leegmaakt.

In potten droogt de grond sneller uit dan in de volle grond. Controleer daarom in warme weken dagelijks even met je vinger of de bovenste 2 tot 3 cm grond droog aanvoelt.

Water geven zonder wortelrot

Aardbeien houden van gelijkmatige vochtigheid. Ze willen niet uitdrogen, maar ook niet constant nat staan. Dat betekent in de praktijk: water geven zodra de bovenste laag grond licht droog is.

In de volle grond is 1 tot 2 keer per week vaak genoeg bij normaal weer. Tijdens warme, droge periodes kan dat oplopen naar 3 keer per week. In potten is vaker water geven nodig, soms zelfs dagelijks bij warm zomerweer.

Geef liever één keer goed water dan elke dag een klein scheutje. Richt op ongeveer:
– 1 tot 2 liter per plant per gietbeurt in droge periodes in de volle grond
– water geven tot het onder uit de pot loopt bij potteelt

Geef water aan de voet van de plant, niet over het blad of de vruchten. Natte bladeren drogen minder snel op en dat vergroot de kans op schimmel. De beste momenten zijn vroeg in de ochtend of aan het einde van de dag.

Een laag stro onder de planten helpt ook. Daardoor blijven de vruchten schoner, droogt de grond minder snel uit en raken aardbeien minder snel rot op natte aarde.

Voeding voor blad, bloei en vruchten

Voor een goede oogst hebben aardbeien voeding nodig, maar overdrijf niet. Te veel stikstof geeft veel blad en minder vruchten.

Werk in het vroege voorjaar een laag compost in de bovenste grondlaag of geef een organische meststof voor fruit. Houd je aan de dosering op de verpakking. Vaak is 50 tot 100 gram organische mest per vierkante meter voldoende, afhankelijk van het product.

Een meststof met wat extra kalium helpt bij bloei en vruchtvorming. Geef na het bemesten altijd water, zodat de voeding de wortelzone bereikt.

In potten spoelen voedingsstoffen sneller uit. Daar kun je in het voorjaar starten met een basisgift en tijdens de bloei en vruchtzetting elke 2 tot 3 weken een vloeibare voeding voor fruitplanten geven, in halve dosering.

Seizoensverzorging: lente, zomer, herfst en winter

Aardbeien vragen niet het hele jaar hetzelfde. Juist dat seizoensverschil maakt de verzorging logischer.

Lente

In het voorjaar komt de plant op gang. Verwijder bruin of beschadigd blad, maak de grond los en geef voeding. Bescherm bloeiende planten bij aangekondigde nachtvorst met vliesdoek. Bloemen kunnen al schade oplopen rond -1 °C tot -2 °C.

Zomer

Nu draait alles om water, oogsten en gezond blad. Pluk rijpe vruchten om de 2 tot 3 dagen. Aardbeien rijpen niet verder na het plukken, dus wacht tot ze volledig rood zijn. Laat de grond niet uitdrogen, zeker niet in potten.

Herfst

Na de oogst kun je uitlopers verwijderen als je de planten compact wilt houden. Wil je juist nieuwe planten, gebruik dan de sterkste uitlopers om te stekken. Oude planten geven na 2 tot 3 jaar vaak minder opbrengst. Dan is vervangen slim.

Winter

De meeste rassen zijn winterhard en verdragen flinke kou, vaak tot ongeveer -20 °C of lager in de volle grond. In potten zijn wortels kwetsbaarder. Zet potten bij strenge vorst tegen een muur of wikkel ze in noppenfolie of jute. Geef in de winter weinig water, maar laat de kluit niet volledig uitdrogen.

Zaai je aardbeien zelf op, houd jonge zaailingen dan bij 18 tot 20 °C tot ze sterk genoeg zijn om verder op te groeien.

Snoeien en uitlopers aanpakken

Na de oogst, vaak in juli of augustus, kun je oud blad en overtollige uitlopers weghalen. Gebruik een schone schaar en knip lelijk, ziek of beschadigd blad weg. Laat het jonge, gezonde hart van de plant zitten.

Uitlopers kosten energie. Wil je grote vruchten en een nette rij planten, knip ze dan weg zodra ze verschijnen. Wil je nieuwe planten maken, laat dan een paar sterke uitlopers zitten en verwijder de rest.

Knip gele of zieke bladeren het hele seizoen weg. Gooi aangetast blad niet op de composthoop als je schimmel vermoedt.

Veelvoorkomende problemen

Vogels zijn vaak sneller dan jij. Een fijnmazig net over de planten helpt, zolang vogels er niet in verstrikt kunnen raken. Span het net dus strak.

Slakken vreten graag aan rijpe vruchten. Stro, een open standplaats en regelmatig rapen helpen al veel. In potten heb je daar vaak minder last van.

Grijze schimmel ontstaat vooral bij nat weer en dicht blad. Je herkent het aan zachte plekken en een grijs pluizig laagje op de vruchten. Verwijder aangetaste aardbeien meteen en zorg voor meer lucht tussen de planten.

Gele bladeren kunnen verschillende oorzaken hebben:
– oude bladeren die afsterven
– te natte grond
– voedingstekort
– wortelschade
– een te kleine pot

Kijk daarom altijd eerst naar de basis: staat de plant zonnig, krijgt hij genoeg water maar niet te veel, en heeft hij ruimte genoeg?

FAQ

Wat is de beste plek voor aardbeien?

Een zonnige plek met minimaal 6 uur direct zonlicht per dag werkt het best. Meer zon geeft meestal zoetere vruchten en een grotere oogst.

Wanneer kun je aardbeien planten?

Zomerdragers plant je meestal in maart tot april of in augustus tot september. Doordragers zet je vaak in april of mei.

Hoe vaak moet je een aardbeienplant water geven?

In de volle grond is 1 tot 2 keer per week vaak genoeg, bij hitte vaker. In potten controleer je vaker, omdat de grond daar sneller uitdroogt.

Hoe ver plant je aardbeien uit elkaar?

Houd ongeveer 25 tot 30 cm tussen de planten en 40 tot 50 cm tussen de rijen. Zo blijft er genoeg licht en lucht tussen het blad.

Waarom krijgt mijn aardbeienplant gele bladeren?

Dat kan komen door ouder blad, te natte grond, te weinig voeding of een te kleine pot. Controleer eerst water, standplaats en wortelruimte.