1. Home
  2. Soort plant
  3. Kamerplanten
  4. Kalanchoe daigremontiana plant verzorgen: wat te doen met broedblaadjes?
Kalanchoe daigremontiana plant verzorgen: wat te doen met broedblaadjes?

Kalanchoe daigremontiana plant verzorgen: wat te doen met broedblaadjes?

8 min lezen

Een pot met Kalanchoe daigremontiana blijft zelden lang netjes op zichzelf. Voor je het weet liggen er kleine plantjes op de vensterbank, in naburige potten of op de vloer. Precies dat maakt de Moeder van Duizenden zo leuk, en soms ook wat onstuimig.

Deze vetplant valt op door haar lange, vlezige bladeren met mini-plantjes langs de rand. Die broedblaadjes vormen vaak al worteltjes terwijl ze nog vastzitten. Zoek je een makkelijke kamerplant die zich bijna vanzelf vermeerdert, dan zit je hier goed. Wel vraagt deze soort om een droge aanpak, veel licht en wat oplettendheid als er kinderen of huisdieren in huis zijn.

Zo herken je Moeder van Duizenden

De Moeder van Duizenden hoort bij de vetplantenfamilie en draagt de Latijnse naam Kalanchoe daigremontiana. Je komt ook namen tegen als alligatorplant, bommenwerper en Mexicaanse hoedplant.

De plant groeit meestal rechtop, soms wat scheef of liggend als de stengel te lang wordt. De bladeren zijn smal driehoekig tot lancetvormig en kunnen tot ongeveer 20 cm lang worden. Vaak zijn ze grijsgroen of donkergroen, met paarse vlekjes of een paarsige onderkant.

Binnen kan deze kalanchoë uitgroeien tot ongeveer 60 tot 100 cm hoog. De breedte ligt vaak tussen 30 en 60 cm. Het opvallendst blijven de bladranden: daar ontstaan tientallen kleine plantjes die makkelijk loslaten.

In de winter of aan het einde van de rustperiode kan ze bloeien met hangende klokvormige bloemen in roze, paarsige of groenroze tinten. Daarna sterft de moederplant vaak af. Dat hoort bij deze soort. Ze is namelijk monocarpisch: bloei kost zoveel energie dat de plant daarna meestal niet doorgaat.

Wat doe je met de broedblaadjes?

Die kleine plantjes zijn de reden dat veel mensen zoeken op termen als moeder van duizenden stekken of wat te doen met broedblaadjes. Het goede nieuws: moeilijk is het niet.

Laat je ze zitten, dan ontwikkelen ze zich vaak nog even aan het blad. Vallen ze af, dan kunnen ze snel wortelen op droge, luchtige grond. Wil je ze bewust opkweken, pak het dan zo aan:

  1. Vul een lage pot of schaal met cactusgrond of potgrond gemengd met 30 tot 50% scherp zand, perliet of puimsteen.
  2. Leg de broedblaadjes los op de aarde. Druk ze niet diep in.
  3. Zet de schaal op een lichte plek met veel indirect licht.
  4. Geef pas een klein scheutje water als de bovenste laag helemaal droog is.

De beste periode om te vermeerderen is de lente of vroege zomer. Dan groeit de plant actief en slaan de jonge plantjes sneller aan. In de winter lukt het ook, maar trager.

Wil je juist voorkomen dat de soort zich overal uitzaait in potten, haal de broedblaadjes dan weg voordat ze loslaten. Zeker buiten in warme streken kan deze plant zich snel verspreiden.

De beste standplaats in huis

Een slappe, uitgerekte plant is bijna altijd een lichtprobleem. Deze soort wil veel helder licht. Zet haar daarom het liefst op maximaal 50 cm van een raam op het zuiden, westen of oosten.

Richtlijn voor binnen:

  • 4 tot 6 uur helder indirect licht per dag is een goed minimum
  • 2 tot 4 uur zachte directe zon in de ochtend of late middag kan prima
  • felle middagzon achter glas kan bladschade geven, vooral na een plotselinge verhuizing

Moet je kiezen tussen te donker en wat zonniger, kies dan liever voor meer licht en laat de plant rustig wennen. Draai de pot elke twee weken een kwartslag. Zo groeit ze minder scheef.

In de zomer kan ze buiten staan op een beschutte plek. Wen haar in 7 tot 10 dagen aan meer zonlicht om verbranding te voorkomen. Haal haar weer naar binnen zodra nachten richting 8 °C gaan.

Water geven zonder wortelrot

Bij deze vetplant gaat het vaker mis door te veel water dan door te weinig. Wacht altijd tot de potgrond volledig is opgedroogd. Controleer dat niet alleen aan de bovenkant, maar steek een vinger 4 tot 5 cm diep in de pot. Voelt het daar nog koel of vochtig, wacht dan nog een paar dagen.

Een bruikbare richtlijn:

  • in lente en zomer: gemiddeld 1 keer per 7 tot 10 dagen
  • in herfst: gemiddeld 1 keer per 10 tot 14 dagen
  • in winter: gemiddeld 1 keer per 2 tot 4 weken

De exacte frequentie hangt af van licht, temperatuur, potmaat en grondsoort. In een kleine terracottapot droogt de aarde sneller dan in een grote kunststof pot.

Geef liever in één keer goed water tot het onder uit de pot loopt. Giet daarna de sierpot of schotel leeg. Kleine beetjes om de paar dagen zorgen juist sneller voor natte wortels.

Signalen van te veel water:

  • gele bladeren
  • slappe, papperige delen
  • bruine of zwarte plekken aan de basis
  • bladval terwijl de grond nat blijft

Signalen van te weinig water:

  • rimpelige of dunne bladeren
  • droge bladpunten
  • broedblaadjes die vroegtijdig indrogen

Potgrond, pot en temperatuur

Gewone potgrond houdt voor deze soort vaak te veel vocht vast. Gebruik daarom een luchtig mengsel dat snel afwatert. Een goede basis is:

  • 2 delen cactus- of vetplantengrond
  • 1 deel perliet, puimsteen of grof zand

Kies een pot met drainagegat. Terracotta werkt prettig, omdat overtollig vocht sneller verdampt. Neem bij verpotten een pot die ongeveer 2 tot 3 cm breder is dan de oude. Een te grote pot blijft te lang nat.

Qua temperatuur voelt deze plant zich het best tussen 18 en 25 °C. Kortstondig kan ze meer hebben, maar onder 10 °C vertraagt de groei flink. Onder 5 °C wordt schade waarschijnlijk. Vorst overleeft ze niet.

Luchtvochtigheid hoeft niet hoog te zijn. Gewone kamerlucht is prima. Zet haar liever niet vlak naast een koude tochtplek of direct boven een radiator.

Voeding en groei per seizoen

In de lente zie je meestal de sterkste groei. Dan maakt de plant nieuw blad en ontstaan er volop broedblaadjes. In die periode mag je wat voeding geven.

Houd dit aan:

  • in lente en zomer: 1 keer per 4 weken vloeibare cactusvoeding op halve sterkte
  • in herfst en winter: niet bemesten

Meer voeding maakt de plant niet mooier. Vaak krijg je er juist slappe, snelle groei van.

Het seizoensritme is handig om te onthouden:
– lente en zomer: groeifase, iets vaker water en eventueel voeding
– herfst: groei vertraagt, watergift afbouwen
– winter: rustiger fase, veel licht geven en spaarzaam water

Bloeit de plant in de winter, dan kan de moederplant daarna afsterven. Gooi haar niet meteen weg als dat begint. Kijk eerst of er nog gezonde jonge plantjes zijn om verder op te kweken.

Verpotten en snoeien

Verpotten doe je het liefst in het voorjaar. Dat is nodig als wortels onder uit de pot groeien, de plant topzwaar wordt of de grond na water geven nauwelijks nog vocht opneemt.

Zo pak je het aan:

  1. Laat de kluit eerst een paar dagen droog worden.
  2. Haal de plant voorzichtig uit de pot.
  3. Schud oude, compacte aarde los.
  4. Knip rotte of zachte wortels weg met een schone schaar.
  5. Zet de plant in verse, droge vetplantengrond.
  6. Wacht 3 tot 5 dagen met water geven, zodat beschadigde wortels kunnen herstellen.

Snoeien is niet vaak nodig. Wel kun je lange, kale stengels inkorten als de plant uit model raakt. Gebruik een schone schaar en knip net boven een bladpaar. Zo stimuleer je vaak compactere groei.

Veelvoorkomende problemen

Een gezonde plant ziet er stevig uit en heeft strak blad. Gaat er iets mis, dan zie je dat meestal snel.

Gele bladeren

De meest voorkomende oorzaak is te natte grond. Controleer eerst de wortels en pas daarna je watergift aan. Staat de plant donker, dan droogt de aarde ook langzamer op.

Lange, slappe groei

Dat wijst bijna altijd op lichtgebrek. Zet de plant dichter bij het raam. Een groeilamp kan helpen als je huis weinig daglicht krijgt. Houd dan ongeveer 12 tot 14 uur licht per dag aan.

Bruine plekken op het blad

Dat kan zonnebrand zijn, vooral na een plotselinge overgang naar felle zon. Verplaats de plant iets verder van het raam of gebruik gefilterd licht in de middag.

Wolluis, bladluis en spint

Controleer vooral de bladoksels en onderkanten van het blad. Verwijder plagen met een wattenstaafje met 70% alcohol of gebruik insectenzeep. Herhaal de behandeling elke 7 dagen tot je niets meer ziet.

Rotte basis

Voelt de stengel onderaan zacht, dan is de kans op stengelrot groot. Snijd gezonde topdelen af, laat de wond 2 tot 3 dagen drogen en probeer die opnieuw te stekken in droge cactusgrond.

Giftig voor huisdieren en kinderen

Deze plant is giftig. Alle delen van Kalanchoe daigremontiana bevatten stoffen die klachten kunnen geven bij mensen en dieren. Bij inname kunnen misselijkheid, braken, diarree en buikpijn optreden. Het sap kan bij gevoelige huid irritatie veroorzaken.

Voor katten en honden is extra voorzichtigheid nodig. Vooral bloemen en bladeren kunnen problemen geven, zoals braken, kwijlen, sloomheid en in ernstige gevallen hartritmestoornissen.

Zet de plant daarom buiten bereik van:
– jonge kinderen
– katten
– honden
– knaagdieren

Draag bij verpotten of snoeien liever handschoenen en was daarna je handen.

FAQ

Hoe vaak moet je Kalanchoe daigremontiana water geven?

Pas als de grond helemaal droog is. In de groeiperiode is dat vaak eens per 7 tot 10 dagen. In de winter meestal eens per 2 tot 4 weken.

Wat doe je met broedblaadjes van Moeder van Duizenden?

Je kunt ze laten vallen en vanzelf laten wortelen, of ze op droge, luchtige cactusgrond leggen. In de lente slaan ze het snelst aan.

Waarom wordt mijn Moeder van Duizenden lang en slap?

Meestal krijgt de plant te weinig licht. Zet haar dichter bij een raam met 4 tot 6 uur helder licht per dag.

Is Kalanchoe daigremontiana giftig voor katten?

Ja. De plant is giftig voor katten, honden en ook ongeschikt voor kleine kinderen om aan te zitten of van te eten.

Wanneer verpot je deze vetplant?

Het liefst in het voorjaar, zodra de wortels krap zitten of de grond te compact wordt. Kies een pot die 2 tot 3 cm groter is dan de vorige.