Een zonnige border kan in één zomer compleet veranderen door amarant. De plant schiet snel omhoog, kleurt fel en trekt meteen de aandacht met hangende of rechtopstaande bloeiaren. Wie amarant wil kweken, heeft vooral baat bij warmte, licht en een bodem die water goed afvoert.
Amarant heet in het Latijn Amaranthus en hoort bij de amarantenfamilie, Amaranthaceae. Je komt hem ook tegen onder namen als kattenstaart en papegaaiekruid. Het is meestal een eenjarige plant voor de siertuin. Vorst verdraagt hij niet, dus hij past vooral bij het groeiseizoen van late lente tot in de herfst.
Waarom amarant zo opvalt
Het blad doet al veel werk. Afhankelijk van de soort is het groen, donkerrood, paars, brons of geelgroen. Daarboven verschijnen pluimen of lange bloeiaren in rood, groen, paars, goudgeel of oranjebruin.
De hoogte verschilt flink per soort. Compacte rassen blijven rond 40 tot 60 cm, terwijl hoge soorten 1,5 tot 2 meter kunnen halen. Uitschieters groeien nog hoger, maar reken in een gewone tuin liever op die bandbreedte. Daardoor werkt de plant goed achter in een border, als losse blikvanger of in een grote pot op een warme plek.
De bloei begint meestal in de zomer en loopt vaak door tot in de vroege herfst. Zolang het warm blijft, blijft de plant doorgroeien en kleur maken.
Beste standplaats voor amarant
Zon is het halve werk. Zet Amaranthus op een plek met minimaal 6 uur direct zonlicht per dag. 8 uur is nog beter. In halfschaduw groeit hij vaak wel, maar de bloei blijft kleiner en de bladkleur is minder sterk.
Kies bij voorkeur een beschutte plek. Hoge soorten kunnen bij harde wind scheef trekken of knakken, zeker als de bloeiaren zwaar worden. Een plek langs een schutting, muur of tussen stevigere borderplanten helpt.
Wacht met uitplanten tot de kans op nachtvorst voorbij is. De plant groeit prettig bij temperaturen tussen 18 en 30 °C. Onder 8 tot 10 °C stokt de groei snel. Koude nachten remmen jonge planten merkbaar af.
Welke grond werkt het best?
Amarant houdt van losse, voedzame grond die overtollig water snel afvoert. Een humusrijke bodem met compost is ideaal. De pH mag licht zuur tot neutraal zijn, ongeveer 6,0 tot 7,5.
Zware klei is niet onmogelijk, maar verbeter die eerst. Meng compost en eventueel wat grof zand of fijne grit door de plantplek, zodat water niet rond de wortels blijft staan. In natte grond krijg je sneller gele bladeren, slappe stelen en wortelproblemen.
Plant je meerdere exemplaren, houd dan ongeveer 30 tot 50 cm afstand aan bij middelgrote soorten. Hoge rassen hebben liever 50 tot 70 cm ruimte. Zo kan lucht tussen de planten door en drogen bladeren sneller op na regen.
Amarant water geven
De grond mag licht vochtig blijven, maar niet constant nat. Dat is het punt waar het vaak misgaat. Geef liever één keer goed water dan elke dag een klein beetje. In volle grond is 1 tot 2 keer per week meestal genoeg bij droog weer. Tijdens hete perioden kan dat oplopen naar 2 tot 3 keer per week, afhankelijk van bodem en standplaats.
In potten droogt de kluit sneller uit. Controleer daar in warme weken dagelijks met een vinger of de bovenste 2 tot 3 cm potgrond droog aanvoelt. Is dat zo, geef dan water tot het onder uit de pot loopt. Giet overtollig water uit de schotel weg.
Tekenen van te weinig water:
– slap hangend blad
– bloemstelen die hun stevigheid verliezen
– droge, snel opwarmende potgrond
Tekenen van te veel water:
– gele bladeren
– zachte of papperige stelen
– een pot die lang zwaar blijft
– muffe geur uit de grond
Geef bij voorkeur in de ochtend water. Dan verdampt er minder en blijft het blad niet lang nat.
Voeding en groeikracht
Werk voor het planten een laag compost van 2 tot 3 cm door de bovenste grondlaag. Daarmee heeft amarant een goede start. In voedzame tuingrond is extra mest vaak niet eens nodig.
In potten raakt voeding sneller op. Geef daar vanaf ongeveer 6 weken na het planten elke 2 weken vloeibare voeding voor bloeiende planten, of gebruik een organische meststof volgens de dosering op de verpakking. Wil je vooral veel blad en stevige groei, dan mag de eerste gift iets meer stikstof bevatten. Stop later in het seizoen met zware stikstofbemesting, anders maakt de plant veel blad en minder bloei.
Zaaien: binnen voorzaaien of direct buiten
Zelf zaaien is de makkelijkste manier om aan amarant te komen. Binnen voorzaaien kan in maart of april. Gebruik zaaigrond en zaai ondiep, op ongeveer 0,5 cm diepte. Bij 18 tot 22 °C kiemen de zaden meestal binnen 8 tot 14 dagen.
Zet de bak licht, maar niet pal boven een hete radiator. Houd de grond gelijkmatig vochtig met een plantenspuit of een kleine gieter.
Direct buiten zaaien kan zodra de grond is opgewarmd en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, vaak in mei. Zaai dun en dek licht af. Dun de zaailingen later uit op de juiste afstand.
Jonge planten mogen pas naar buiten als ze aan buitentemperaturen gewend zijn. Laat ze daarom een dag of 7 afharden: overdag buiten op een beschutte plek, ‘s nachts weer naar binnen als het fris wordt.
Groei in de zomer, rust aan het einde van het seizoen
Amarant groeit het hardst in de late lente en zomer. Dan vraagt hij het meeste water en voeding. In die periode kun je ook toppen als je een bossigere plant wilt. Knijp de groeipunt weg wanneer de plant ongeveer 20 tot 30 cm hoog is. Daardoor vertakt hij zich en krijg je vaak meer zijstelen.
Later in het seizoen, wanneer de dagen korter en koeler worden, vertraagt de groei vanzelf. Omdat het een eenjarige plant is, volgt er geen echte winterrust zoals bij vaste planten of kamerplanten. Na de eerste koude nachten loopt de sierwaarde snel terug en sterft de plant af.
Wil je zaden oogsten, laat dan enkele bloeiaren aan de plant zitten tot ze droog aanvoelen. Knip ze af en laat ze verder nadrogen op een droge, luchtige plek.
In pot of in de volle grond?
Beide kan, maar de aanpak verschilt iets.
In pot:
– kies een pot van minimaal 25 tot 30 cm doorsnee voor compacte soorten
– gebruik potgrond met extra drainage, bijvoorbeeld gemengd met 10 tot 20% perliet
– controleer vaker op uitdroging
– zet hoge soorten alleen in een zware pot, anders waaien ze om
In de volle grond:
– de plant heeft meer buffer tegen droogte
– hoge rassen staan steviger
– de groei wordt vaak forser dan in pot
Voor balkon of terras zijn kleinere cultivars handiger. In een border komen juist de hoge soorten goed tot hun recht.
Veelvoorkomende problemen
Gele bladeren ontstaan meestal door te natte grond. Kijk eerst naar watergift en drainage, niet meteen naar voeding. Staat de plant in een sierpot zonder afwateringsgat, dan is dat vaak de oorzaak.
Weinig bloei komt meestal door te weinig zon. Verplaatsen helpt alleen als de plant nog jong is. Bij oudere exemplaren kun je beter onthouden dat de plek volgend seizoen zonniger moet zijn.
Verder kun je last krijgen van:
– bladluis op jonge scheuten
– spint bij warm en droog weer
– slakken bij jonge zaailingen
– omvalziekte bij te nat zaaien
– stengelrot of bladvlekken bij slechte luchtcirculatie
Pak plagen vroeg aan. Een harde waterstraal helpt vaak al tegen bladluis. Spint voorkom je deels door planten in droge hitte niet te laten verzwakken.
Is amarant giftig of eetbaar?
Hier is nuance nodig. Veel soorten binnen het geslacht Amaranthus zijn eetbaar en worden gebruikt als bladgroente of voor het zaad. Toch geldt dat niet automatisch voor elke sierplant in de tuin. Sierplanten kunnen behandeld zijn met middelen die ze ongeschikt maken voor consumptie.
Eet daarom alleen amarant waarvan je zeker weet dat die als eetbare soort is gekweekt en onbespoten is. Gebruik geen planten uit het tuincentrum voor in de pan zonder die zekerheid.
Voor huisdieren en kleine kinderen is voorzichtigheid verstandig. Amarant staat niet bekend als een klassieke sterk giftige tuinplant, maar zaden, bladeren of aarde uit potten eten kan alsnog maag- en darmklachten geven. Laat honden, katten en jonge kinderen er dus niet van snoepen.
Amarant combineren in de border
Door de warme kleuren combineert amarant mooi met dahlia, cosmea, zonnehoed en siergrassen. Donkerbladige soorten geven contrast naast limegroene planten of zilverbladige soorten. Hangende bloeiaren komen extra goed uit als je ze iets hoger zet dan de rest van de beplanting.
Gebruik je een hoge cultivar, zet hem dan achterin of als los accent in een groep van drie. Eén plant kan al genoeg zijn om een vak karakter te geven.
FAQ
Wanneer kun je amarant zaaien?
Binnen zaaien kan in maart of april bij 18 tot 22 °C. Buiten zaaien doe je pas als er geen kans meer is op nachtvorst, vaak in mei.
Hoe vaak moet amarant water krijgen?
In volle grond meestal 1 tot 2 keer per week bij droog weer. In hitte soms 2 tot 3 keer. In potten moet je in warme perioden soms dagelijks controleren en water geven.
Waarom krijgt amarant gele bladeren?
Meestal door te veel water of slechte drainage. Controleer of de grond te nat blijft en of overtollig water weg kan.
Kan amarant in een pot groeien?
Ja, vooral compacte soorten doen het goed in pot. Kies een pot met afwateringsgat en minimaal 25 tot 30 cm doorsnee.
Moet je amarant snoeien?
Snoeien is niet nodig, maar toppen op 20 tot 30 cm hoogte maakt de plant vaak bossiger. Dode of beschadigde stelen kun je gewoon wegknippen.



