1. Home
  2. Soort plant
  3. Kamerplanten
  4. Vleesetende plant verzorgen: wat werkt echt voor venusvliegenval, bekerplant en zonnedauw?
Vleesetende plant verzorgen: wat werkt echt voor venusvliegenval, bekerplant en zonnedauw?

Vleesetende plant verzorgen: wat werkt echt voor venusvliegenval, bekerplant en zonnedauw?

9 min lezen

Een vleesetende plant ziet er stoer uit, maar de verzorging is minder spectaculair dan veel mensen denken. Het gaat meestal niet mis door te weinig insecten, maar door kraanwater, verkeerde potgrond of een plant die op de verkeerde plek staat.

Wie een vleesetende plant koopt, komt vaak uit bij drie bekende soorten: de venusvliegenval, bekerplant en zonnedauw. Ze vangen allemaal insecten, maar vragen niet om dezelfde aanpak. Juist daar zit het verschil tussen een plant die maanden kwakkelt en een plant die goed doorgroeit.

De Latijnse namen kom je ook vaak tegen op het etiket: Dionaea muscipula voor de venusvliegenval, Nepenthes voor de bekerplant en Drosera voor zonnedauw. In dit artikel lees je per soort hoe je een vleesetende plant goed houdt, met concrete cijfers voor licht, water, temperatuur en rustperiode.

Welke vleesetende plant heb je in huis?

Niet elke vleesetende plant groeit op dezelfde manier. Kijk daarom eerst naar de soort.

De venusvliegenval groeit als een lage rozet. De vallen klappen dicht als een insect binnen ongeveer 20 seconden twee keer de voelhaartjes raakt. Zo verspilt de plant geen energie aan een loos blaadje of regendruppel.

Een bekerplant maakt lange bladeren met aan het uiteinde een beker. In die beker zit verteringsvloeistof. Deze soort komt uit tropische gebieden en houdt dus van warmte en luchtvochtigheid.

Zonnedauw herken je aan de glanzende druppels op de bladeren. Die druppels zijn kleverig. Een insect blijft eraan hangen, waarna het blad zich langzaam verder om de prooi kan buigen.

Heb je huisdieren of kleine kinderen? Zet elke vleesetende plant buiten bereik. Deze planten zijn niet bedoeld om van te eten. Zonnedauw geldt doorgaans als niet giftig voor katten en honden, maar kauwen op bladeren kan wel irritatie geven. Bij bekerplanten en venusvliegenvallen is inslikken ook gewoon onverstandig.

Standplaats voor een vleesetende plant

Licht bepaalt voor een groot deel hoe sterk een vleesetende plant groeit. Toch vraagt niet elke soort om volle zon.

Venusvliegenval

De venusvliegenval wil veel licht en liefst ook direct zonlicht. Reken op minimaal 4 uur directe zon per dag, en liever 6 uur als dat kan. Een raam op het zuiden of westen werkt vaak goed. Buiten doet deze plant het in het groeiseizoen vaak nog beter dan binnen.

Krijgt hij te weinig licht, dan blijven de vallen klein, worden bladeren slapper en kleuren vallen sneller zwart buiten de winterrust.

Bekerplant

Een bekerplant wil helder licht, maar meestal geen felle middagzon achter glas. Geef 6 tot 8 uur helder, indirect licht. Een plek bij een oost- of westraam is vaak geschikt. Staat de plant op het zuiden, houd dan ongeveer 30 tot 50 cm afstand van het raam of filter het licht met een dun gordijn.

Maakt de plant geen bekers, dan is te weinig licht een veelvoorkomende oorzaak.

Zonnedauw

Zonnedauw houdt van veel licht. Veel soorten doen het goed met 4 tot 6 uur zon of met langdurig helder licht. Krijgt de plant genoeg licht, dan zie je vaak mooiere kleuren en meer kleefdruppels. Verdwijnen die druppels, dan staat de plant vaak te donker of te droog.

Water geven aan een vleesetende plant

Bij een vleesetende plant is waterkwaliteit belangrijker dan bij veel andere kamerplanten. Kraanwater bevat vaak te veel kalk en zouten. Gebruik daarom regenwater, gedestilleerd water of osmosewater.

Venusvliegenval water geven

Houd de potgrond constant vochtig. Laat de kluit niet uitdrogen. In het groeiseizoen kun je de pot in een schaaltje zetten met 1 tot 2 cm water. Vul dat pas weer aan als het schaaltje bijna leeg is.

In de winter heeft de plant minder water nodig. Dan houd je de grond nog steeds licht vochtig, maar laat je de pot niet voortdurend in een volle laag water staan.

Bekerplant water geven

Een bekerplant wil vochtige grond, maar geen drassige kluit. Geef pas opnieuw water als de bovenste 1 cm van het substraat net iets minder nat aanvoelt. In een warme, lichte kamer is dat vaak 2 tot 3 keer per week. In een koelere winterperiode kan 1 keer per week genoeg zijn.

Giet overtollig water uit de sierpot weg. Deze soort staat liever niet permanent met de wortels in water.

Zonnedauw water geven

Veel zonnedauwsoorten staan graag nat. Zet de pot daarom in een schaaltje met 1 tot 3 cm regenwater of gedestilleerd water. Controleer om de 2 tot 3 dagen of het schaaltje nog water bevat. Vooral in lente en zomer mag het substraat nauwelijks opdrogen.

Grond voor een vleesetende plant

Gewone potgrond is voor bijna elke vleesetende plant ongeschikt. Daar zit te veel voeding in. De wortels zijn juist aangepast aan arme, zure grond.

Voor een venusvliegenval werkt een mengsel van 2 delen witveen en 1 deel perliet goed. Je kunt ook levend of gedroogd sphagnum gebruiken, eventueel gemengd met perliet of scherp zand.

Voor een bekerplant kies je een luchtig mengsel. Een praktische mix is 1 deel veenmos of fijn sphagnum met 1 deel perliet. Sommige kwekers gebruiken ook orchideeënschors in kleine hoeveelheid, maar houd het mengsel arm en luchtig.

Voor zonnedauw werkt meestal 2 delen witveen met 1 deel perliet of zand. Gebruik geen compost, mestkorrels of universele kamerplantenvoeding in het substraat.

Temperatuur, luchtvochtigheid en seizoenen

Hier zie je pas echt dat de ene vleesetende plant de andere niet is.

Venusvliegenval en winterrust

De venusvliegenval groeit het best bij 18 tot 30 °C. In de winter heeft deze soort rust nodig. Dat is geen detail, maar een vast onderdeel van de verzorging. Geef de plant dan 3 tot 4 maanden koelte, bij voorkeur tussen 0 en 10 °C.

Tijdens die rustperiode groeit de plant trager en sterven oudere vallen vaak af. Dat is normaal. Zonder winterrust verzwakt de plant op den duur. Buiten kan deze soort lichte vorst verdragen, ongeveer tot -5 °C, mits de pot niet langdurig doorvriest.

Bekerplant en luchtvochtigheid

Bekerplanten houden van warmte. Overdag is 21 tot 29 °C ideaal. Laat de temperatuur liever niet onder 16 °C zakken. Tocht en koude vensterbanken geven snel schade.

De luchtvochtigheid mag tussen 60 en 80 procent liggen. Onder de 50 procent drogen bekers vaak in of worden ze niet gevormd. Een luchtbevochtiger helpt het meest. Een schaal met water onder de plant helpt maar beperkt, zeker in een droge woonkamer.

Zonnedauw per soort

Bij zonnedauw verschilt het sterk per soort. Drosera capensis doet het prima bij gewone kamertemperatuur van 18 tot 24 °C. Inheemse soorten, zoals Drosera rotundifolia, hebben juist een koude rustperiode nodig in de winter.

Voor luchtvochtigheid geldt bij zonnedauw: liever matig hoog dan kurkdroog. Veel soorten doen het goed vanaf ongeveer 50 procent, zolang de wortels nat blijven en het licht sterk genoeg is.

Voeding en voeren van een vleesetende plant

Een vleesetende plant hoef je meestal niet te voeren. Dat is een van de hardnekkigste misverstanden.

De venusvliegenval en zonnedauw krijgen geen gewone plantenvoeding. Ook geen meststaafjes. De wortels kunnen daar slecht tegen. Laat de plant zelf insecten vangen. Staat hij binnen en vangt hij weinig, dan is dat meestal geen probleem zolang hij voldoende licht krijgt.

Bij een bekerplant zijn kwekers iets minder streng, maar ook hier geldt: spaarzaam. Geef liever geen standaard kamerplantenvoeding in de pot. Als je al voeding gebruikt, doe dat dan alleen sterk verdund en alleen in het groeiseizoen. Voor de meeste liefhebbers is het veiliger om helemaal niet te bemesten.

Voer nooit vlees, kaas of stukjes ham aan de vallen of bekers. Dat gaat rotten.

Snoeien en verpotten

Dode delen weghalen houdt de plant netter en verkleint de kans op schimmel.

Knip bij de venusvliegenval zwarte vallen en verdroogde bladeren weg tot net boven de basis. Verschijnt er een bloemstengel terwijl de plant klein of zwak is, knip die dan vroeg weg. Zo gaat de energie naar nieuwe vallen. Verpot elke 1 tot 2 jaar, liefst in het vroege voorjaar. Wanneer moet je een kamerplant verpotten?

Bij een bekerplant kun je bruine bekers en afgestorven bladeren wegknippen. Verpot ook hier elke 1 tot 2 jaar. Kies een pot die ongeveer 2 tot 4 cm breder is dan de oude pot. Te groot oppotten houdt te lang water vast.

Zonnedauw hoef je nauwelijks te snoeien. Haal alleen verdroogde bladeren weg. Verpot wanneer het substraat inzakt of wanneer de plant de pot duidelijk vult.

Problemen met een vleesetende plant herkennen

Een vleesetende plant laat vrij snel zien dat er iets niet klopt.

Zwarte vallen bij de venusvliegenval zijn normaal als oude vallen afsterven of tijdens de winterrust. Worden veel nieuwe vallen zwart in het groeiseizoen, kijk dan naar licht en water. Te donker, te nat of verkeerd water zijn de meest voorkomende oorzaken.

Maakt een bekerplant geen bekers, dan ligt dat vaak aan te weinig licht of te droge lucht. Bruine randen aan de bekers wijzen meestal op lage luchtvochtigheid of uitdroging.

Heeft zonnedauw geen kleefdruppels meer, dan staat de plant vaak te donker, te droog of is hij net verpot. Geef hem dan eerst rust, veel licht en goed water.

Controleer ook op plagen. Bladluizen, spint en varenrouwmuggen komen voor. Spoel lichte aantasting weg met water of gebruik een middel dat geschikt is voor gevoelige planten. Test altijd eerst op een klein deel.

Binnen of buiten?

De venusvliegenval kan in het groeiseizoen prima buiten staan, bijvoorbeeld op een zonnig balkon of terras. Dat levert vaak sterkere groei op dan een plek binnen achter glas.

De bekerplant blijft een tropische kamerplant. Zet die alleen buiten als de nachten warm blijven, en haal hem weer naar binnen zodra het afkoelt.

Bij zonnedauw hangt het af van de soort. Tropische soorten houd je binnen of in een warme kas. Winterharde soorten kunnen buiten staan, mits ze in het juiste substraat groeien en niet uitdrogen.

Veelgestelde vragen over vleesetende plant verzorging

Hoe vaak moet je een vleesetende plant water geven?

Dat hangt af van de soort. Een venusvliegenval en veel zonnedauwsoorten mogen constant nat staan. Een bekerplant geef je meestal 1 tot 3 keer per week water, zodat de grond vochtig blijft maar niet doorweekt raakt.

Mag je kraanwater geven aan een vleesetende plant?

Liever niet. Gebruik regenwater, gedestilleerd water of osmosewater. Kraanwater bevat vaak te veel kalk en mineralen voor deze planten.

Waarom wordt mijn venusvliegenval zwart?

Oude vallen sterven vanzelf af, en in de winterrust is zwart blad normaal. Gebeurt het massaal in het groeiseizoen, dan krijgt de plant vaak te weinig licht of te veel water, of hij krijgt water van slechte kwaliteit.

Waarom maakt mijn bekerplant geen bekers?

Meestal komt dat door te weinig licht of een te lage luchtvochtigheid. Richt je op 6 tot 8 uur helder licht en 60 tot 80 procent luchtvochtigheid.

Moet je een vleesetende plant voeren?

Nee, meestal niet. Een gezonde vleesetende plant vangt zelf insecten. Bijvoeren is vaak overbodig en kan zelfs schade geven.